Maandag 10 augustus was het Women’s Day en om de een of andere reden is dat hier een feestdag. =p Gezien we dus een lang weekend hadden leek ons dat een uitgelezen kans om er eens een paar dagen op uit te trekken. Na lang beraad, heftige discussies en een robbertje duimworstelen kozen we voor de St. Lucia Wetlands, een natuurgebied aan de oostkust van Zuid-Afrika dat tot UNESCO werelderfgoed behoort, hier ongeveer 800km vandaan.
Vrijdagnamiddag om 14u in onze gehuurde Ford Focus gestapt en vertrokken! De bedoeling was om onderweg in een Bed and Breakfast of backpackershostel te overnachten om dan zaterdag iets na de middag in St. Lucia te arriveren, ons in ons zwemfoudraal te hijsen en de geneugten van zon, zee en strand op te zoeken. Helaas! Vanaf vrijdag liep het al verkeerd! Zoals ik al eens eerder schreef zijn wegmarkeringen en verkeersborden hier opvallend afwezig in het landschap. Die dingen blijken gegeerd goed te zijn daar die uitstekend materiaal blijken te zijn om shacks mee te bouwen. Gevolg: uren aan het klooien geweest met de weg om dan ’s avonds aan te komen in Bethlehem (jawel!) alwaar, zo leerde de bijbel ons al, een slaapplaats vinden geen eenvoudige klus is. In de derde herberg (ofte: Bed and Breakfast) dan toch nog plek gevonden en zowaar de beste pizza van mijn leven gegeten in een plaatselijk restaurant!
De volgende ochtend was er echter geen tijd om te talmen, te lanterfanten of ontbijten, maar moesten we verder. On. Het plan was, zoals plannen horen te zijn, simpel doch ambitieus. De bedoeling was om de nationale weg te volgen tot een plaatsje genaamd Dundee, daar eraf te gaan en de rest van de weg door het binnenland sjeezen. Gezien de algehele afwezigheid van verkeersborden in dit land, was dat, achteraf bekeken, misschien niet zo’n geweldig idee, maar er was wel degelijk over nagedacht! Door door het binnenland te rijden sneden we een stuk af, vermeden we Durban (gigantische stad aan de kust) én zagen we nog een stukje historisch Afrika! De provincie waar we door reden was dan ook niet de eerste de beste maar Kwazulu-Natal, in het logboek van de mensheid bekend als een van de felst bekampte gebieden ter wereld. Hier heeft iedereen werkelijk met iedereen gevochten: boere met Engelsen, boere met Zulu’s, Zulu’s met Engelsen, Zulu’s met andere stammen, … enfin, iedereen met iedereen. We hebben daar dan ook een plaatselijk museum bezocht alwaar ik te weten ben gekomen dat in Kwazulu-Natal échte kannibalen hebben geleefd, en die mannen daar nog geen 100 jaar geleden mee gestopt zijn. Nijlpaarden en krokodillen bleken dus niet de enige gevaren op ons pad te zijn… Soit, verder gereden, de weg verloren, op de goede weg geraakt en dan uiteindelijk op de laatste kromme richting St. Lucia beland alwaar het noodlot, deze keer onverbiddelijk, toesloeg. Door een pothole in de weg gereden met als resultaat twee lekke banden. We zaten dus vast, gestrand op slechts 35km van St. Lucia en op meer dan 15km van het dichtstbijzijnde dorp, Mtubatuba. Vanzelfsprekend nam het verhuurbedrijf de telefoon niet op, moest je lid zijn van de plaatselijke VAB voor ze je wilden komen helpen, zaten we echt wel niet in de meest prettige omgeving én begon het donker te worden. Gelukkig stopte er even later een vriendelijke Zuid-Afrikaan die een takeldienst uit Mtubatuba belde die ons binnen het half uur zou komen takelen en misschien zelfs onze auto zou kunnen repareren! De vreugde was groot. Uiteindelijk natuurlijk nog meer dan 2u staan koekeloeren tot die mannen opdaagden. Tijd is hier, zo scheef ik al eens, absoluut relatief. De twee mannen van de takeldienst bleken dan nog zowaar Beavis and Butthead te zijn, twee blanke Zuid-Afrikanen die samen een erwt als hersens deelden, extreem racistisch waren en stonken naar zweet en bier. Na eerst bijna de voorbumper van onze focus vernield te hebben zijn ze er dan toch in geslaagd de auto op hun flatbedtruck te slepen en gingen we allen samen gezellig terug naar Mtubatuba, hun thuis en uitvalsbasis!
De rit naar hun hol was al de moeite waard, met de ellebogen leunend op het stuur, sjeezend tegen meer dan 90km per uur voerde Beavis ons naar Mtubatuba, onderwijl berichten aan het sturen naar zijn lief en dingen als Fakking Bitch, Hoer en de plaatselijke variant van Teringwijf verwijtend naar zijn telefoon roepend. Ze gingen trouwens zo snel mogelijk trouwen! Schoon! In ieder geval, hun werkplaats leek en bleek een autokerkhof te zijn, en ze waren eigenlijk in de eerste plaats noch garagist noch versleepbedrijf maar panel beaters. De werkplaats had een aantal voertuigen staan waarvan er geen een, maar dan werkelijk geen een, nog rijvaardig was. Verder waren ze allemaal bedolven onder een gigantische laag stof en deden onze nieuwe vrienden niets liever dan op of over de motorkap van de aanwezige voertuigen te zitten of lopen. In een vlaag van paniek dan terug het verhuurbedrijf getelefoneerd en na een dik uur telefoneren dan toch kunnen regelen dat ons voertuig daar de volgende dag weggehaald zou worden en we een vervangauto kregen! Vreugde, alweer. Door Beavis and Butthead naar een plaatselijke Bed and Breakfast gebracht en daar de nacht kunnen doorbrengen. Een korte nacht alweer weliswaar want om 6u moest ik er weer uit om ervoor te zorgen dat onze vervangwagen bij ons geleverd zou worden.


Alles kapot! Zelfs de Ford Focus
De weg op uwe foto ziet er anders beter uit dan onze Belgische autosnelwegen :p
ON!